Je ziet de Peñón de Ifach bijna overal in Calpe. Vanaf het strand, vanop de boulevard, tussen de gebouwen door… hij is er altijd. Zo vanzelfsprekend dat je er na een tijdje bijna niet meer bij stilstaat.
Tot je zijn verhaal kent. Want die gigantische rots was ooit gewoon een eiland, met de zee tussen de Peñón en Calpe. Pas later ontstond er een zandige verbinding met het vasteland. Dat alleen al is straf. Waar je vandaag gewoon naartoe wandelt, lag ooit een eiland.
Maar er is nog iets wat wij vroeger niet beseften. De Peñón is veel meer dan die grote rots die overal boven Calpe uitsteekt. Het is een beschermd natuurpark waar verrassend veel leeft en groeit. Meer dan 400 plantensoorten hebben er hun plek gevonden en er zijn meer dan 60 vogelsoorten waargenomen.
En dat merk je pas echt als je erop wandelt. Planten groeien uit spleten waarvan je denkt: hoe krijg je het voor elkaar? Een hagedis schiet tussen de stenen weg en boven je vliegen vogels langs de steile rotswanden. Zelfs gekko’s, vlinders en heel wat andere kleine bewoners leven hier.
“Je denkt dat je de Peñón beklimt voor het uitzicht. Tot je ontdekt dat de rots zelf het verhaal is.”
En dan zijn er nog de wilde katten. Die hadden Sylvie en ik eerlijk gezegd niet zien aankomen. We hebben ze zelf tussen de rotsen gezien en de eerste keer moesten we toch even twee keer kijken. Daar sta je dan te puffen tijdens de klim, terwijl zo’n kat je doodgemoedereerd aankijkt. Zij kent haar weg hier duidelijk beter dan wij.
Op zo’n moment besef je ineens dat je hier niet alleen aan het wandelen bent. Je loopt door een stukje natuur waar heel wat andere bewoners al lang hun plek hebben gevonden. En wij? Wij mogen er gewoon even tussen lopen.
Ondertussen wordt Calpe onder je steeds kleiner, trekt de kustlijn verder open en krijg je steeds meer zee voor je. Af en toe stoppen doe je vanzelf. Om even op adem te komen, zeker. Maar vooral om achterom en om je heen te kijken.
En precies dat is voor ons het bijzondere aan deze wandeling. Natuurlijk wil je naar boven. Natuurlijk wil je dat uitzicht zien. Maar eenmaal je er loopt, merk je dat de top eigenlijk maar een deel van het verhaal is.
Misschien is dat wel het mooiste aan de Peñón: je begint aan de wandeling met je ogen op de top, maar onderweg ontdek je dat er rondom je minstens zoveel te zien is.