Waarom een ontmoeting in de zee van Calpe meer zegt dan duizend vakantiefoto’s

Het was al later in de namiddag. Ik gok zo wat rond 5h in de namiddag. De zon hing lager en het licht werd goud, alsof de dag zich langzaam oprolde tot iets zachts. De zee voelde warm rond mijn middel, bijna alsof ze de hele dag op me had gewacht.

Ik stond daar gewoon, half in het water, half in mijn gedachten, kijkend naar niets en tegelijk naar alles. Dat soort kijken dat alleen op vakantie bestaat, wanneer je hoofd eindelijk stil is.

Terwijl ik daar stond, kwam er een iets wat oudere man dichterbij.

Hij droeg een kleurrijke Amerikaanse pet, had een rustige blik, iemand die de tijd niet meet maar voelt. Hij sprak me spontaan aan. Eerst voorzichtig, dan met een glimlach. Hij vroeg of ik Spaans begreep, want zijn Engels, zei hij, was “niet bepaald iets om trots op te zijn”.

Ik vertelde dat we uit België kwamen. Hij knikte alsof hij dat al wist. “Belgen… altijd vriendelijk. Nederlanders ook. Die zijn meestal goed gezelschap.”

Hij keek naar de horizon, alsof hij daar een herinnering zag drijven. “Maar Engelsen… die zijn soms wat aanwezig.” Hij grinnikte. “Al moet ik eerlijk zeggen: mijn Engels helpt ook niet. Als ik het spreek, klinkt het alsof ik mijn eigen woorden achterna loop.”

Hij vertelde dat hij uit Madrid kwam. Met pensioen. En dat hij al jaren een tweede verblijf had in Calpe. “Madrid is prachtig,” zei hij, “maar daar beweegt alles snel. Hier beweegt alles juist goed.”

Hij keek naar de Peñón zoals je naar een oude vriend kijkt. “Vroeger leefden hier veel mensen van de visvangst. Kleine boten, rustige straten. Nu is het toerisme. Maar het gevoel… dat is hetzelfde gebleven.”

Hij streek met zijn hand door het water, alsof hij het wilde bedanken. “Ik heb veel gereisd,” zei hij. “Prachtige plekken gezien. Maar nergens voelt het zo goed als hier. Er zijn mooiere plaatsen, grotere, indrukwekkendere… maar geen enkele die klopt zoals deze.”

Een kleine golf rolde langs ons heen. Hij verloor even zijn evenwicht, zwaaide met zijn armen en zei: “Zie je? Mijn Engels is niet het enige dat wankelt.” Hij moest lachen. Ik ook. En de zee leek mee te lachen.

We bleven nog even staan, twee mensen uit twee werelden, maar met hetzelfde gevoel. Dat sommige plekken niet gewoon mooi zijn. Ze voelen juist. En Calpe is zo’n plek.

Previous
Previous

Authentieke paëlla in Calpe: het kleine restaurantje waar vakantie écht begint

Next
Next

Altea oude stad: de mooiste dagtrip vanuit Calpe vol sfeer, geschiedenis en charme