Waarom Calpe zo’n plek wordt die je hart steelt: een persoonlijk verhaal over thuiskomen aan de Costa Blanca
Een paar weken geleden zat ik op het terras met een koffie in de hand, de zon die net warm genoeg was om alles zacht te maken. Voor me lag de zee in dat typische Calpe‑blauw. Rustig, bijna lui.
Blij als een kind om verrassend zoveel boten te zien op de zee. Eerst eentje, dan nog één, en voor ik het wist zat ik gewoon te kijken hoe ze voorbijgleden. Zonder haast, zonder doel dat ik kende. Alsof ze alleen maar wilden tonen hoe mooi ‘traagheid’ kan zijn.
Sommige boten kwamen dicht langs de kust, andere trokken een rechte lijn richting de Peñón.
Ik merkte hoe mijn gedachten vanzelf stiller werden.
Het ritme van de golven, het zachte geluid van een motor in de verte, het glinsteren van het water… het was genoeg. Meer dan genoeg.
Op dat terras voelt de wereld altijd een beetje verder weg. Alsof alles wat moet even niet hoeft.
Je kijkt naar boten en ineens lijkt het alsof de tijd zelf vertraagt. Alsof de zee zegt: blijf nog even zitten, er is nergens waar je nu moet zijn.
En dat deed ik. Gewoon blijven zitten. Kijken. Ademen. Genieten van dat eenvoudige, perfecte moment dat alleen Calpe zo kan geven. Omdat het kan.