Als we in Calpe zijn, komt vroeg of laat dezelfde vraag: “Zullen we nog eens naar Altea gaan?” Veel overleg is daar meestal niet voor nodig. Het ligt dichtbij en toch voelt het meteen alsof we er echt even uit zijn. We rijden erheen, parkeren en vanaf dan zien we wel.
Sylvie en ik kunnen daar behoorlijk lang rondlopen zonder echt ergens naartoe te moeten. Een straatje in omdat het er leuk uitziet, een trap omhoog omdat we benieuwd zijn waar die uitkomt en dan natuurlijk weer stoppen omdat Sylvie een winkeltje heeft gezien. “Even kijken.” Ik weet ondertussen wat even betekent.
Maar eerlijk: ik snap haar wel. Dat is juist wat we zo leuk vinden aan het oude Altea. Je vindt er nog kleine ateliers en winkels met keramiek, schilderijen, juwelen en spullen die je niet overal tegenkomt. Soms gaan we binnen, soms kijken we gewoon wat rond. Haast hebben we meestal toch niet.
Na een tijdje krijgen we honger. Ook daar maken we vooraf geen groot plan van. Even rondkijken, ergens gaan zitten en iets eten. Zo'n lunch duurt bij ons trouwens zelden zo kort als oorspronkelijk gedacht. Ook dat hebben we ondertussen leren aanvaarden.
“Een straatje kijken, iets drinken en weer naar Calpe. Dat is telkens het plan.”
Een tijdje geleden spraken we in Altea af met mijn nonkel en tante. Zij verblijven nog wat zuidelijker en brengen daar een deel van de winter door. Overwinteren, zeg maar. Eerst wat rondwandelen en daarna samen iets drinken. Alleen blijft het bij ons zelden bij “even iets drinken”. Voor je het weet zit je een paar uur verder, zijn de verhalen bovengehaald en is de namiddag vanzelf ingevuld.
En dat is voor ons Altea. We gaan er niet naartoe omdat we nog een lijst bezienswaardigheden moeten afwerken. We gaan gewoon graag terug. Nog eens door die straatjes. Een winkeltje binnen waar Sylvie iets gezien heeft. Ergens iets eten. Op een terras belanden. En vooral niet te veel op de klok kijken.
Tegen dat we weer richting Calpe rijden, zijn we meestal langer gebleven dan gedacht.
Eigenlijk gebeurt dat bijna iedere keer. Altea ligt gelukkig vlakbij. Want “we gaan even naar Altea” duurt bij ons zelden even.