Als kind had ik er serieus last van. Sinterklaas kwam eraan en mijn nachtrust was weg. Slapeloze nachten. Luisteren of ik iets hoorde. Me afvragen hoe hij in hemelsnaam binnen zou geraken. En natuurlijk dé belangrijkste vraag: zou hij wel komen? Sinterklaas hield me bezig. Maar toen werd het nog erger. Op een bepaald moment hoorde ik op school dat Sinterklaas misschien… niet echt bestond. Dat was geen detail dat je als kind zomaar naast je neerlegt. Dus ging ik ermee naar mijn vader. Gelukkig wist hij hoe het zat. Natuurlijk bestond Sinterklaas.
Alleen kon de échte Sint onmogelijk overal tegelijk zijn. Daarom waren er hulpsinten. Simpel. Oef. Maar er bleef één probleem: hoe wist je dan of je de échte Sint voor je had? Ook daar had mijn vader een antwoord op. “Je moet aan zijn mantel ruiken.” Blijkbaar kwam de échte Sint niet alleen uit Spanje, hij woonde er ook aan zee. En daardoor rook zijn mantel een héél klein beetje naar vis. Voor een kind volkomen logisch. Dus deed ik wat ieder verstandig kind met deze cruciale informatie zou doen: ik ging aan de mantel van Sinterklaas ruiken. En ik herinner het me nog altijd. Ik rook vis. Echt. Een klein beetje, maar het was er. Alle twijfel was weg. Dit was hem. De échte. Achteraf bekeken vermoed ik dat mijn vader vooral heel veel geluk heeft gehad met die bewuste mantel.
Maar waar in Spanje woonde hij dan?
Dat heeft mijn vader er nooit bij verteld. En vreemd genoeg heb ik me dat jarenlang niet meer afgevraagd. Tot we Calpe leerden kennen. Spanje? Check. Aan zee? Check. Zon genoeg voor een Sint die na zijn drukke decembermaand wat rust kan gebruiken? Absoluut. En dan staat daar ook nog de Peñón de Ifach, die gigantische rots die je al van ver kunt zien. Handig als herkenningspunt wanneer je na je jaarlijkse ronde weer naar huis moet. Plots viel alles op zijn plaats. De Sint woont gewoon in Calpe. Ik zie eigenlijk geen enkele reden meer om aan de uitleg van mijn vader te twijfelen.
“De échte Sint herken je aan zijn mantel. Die ruikt een héél klein beetje naar vis. Logisch, als je in Calpe aan zee woont.”
Maar waarom komt hij dan niet bij de brave kindjes in Calpe?
En daar zit een serieus gat in het verhaal. Je zou denken dat kinderen in Calpe een streepje voor hebben. De Sint woont tenslotte praktisch om de hoek. Zijn paard hoeft zich nog maar op te warmen en hij kan vertrekken. Maar nee. Op 6 december staan de Spaanse kinderen hier niet massaal hun schoentje klaar zoals wij dat kennen. Geen wortel voor het paard, geen nerveus gedoe en geen cadeautjes van Sinterklaas. De reden? In Spanje zijn traditioneel vooral Los Reyes Magos, de Drie Koningen, verantwoordelijk voor de cadeautjes. En die komen pas in de nacht van 5 op 6 januari. De Spaanse kinderen moeten dus ongeveer een maand langer braaf blijven dan de Belgische en Nederlandse. Persoonlijk vind ik dat nogal een zware opdracht.
6 december betekent in Spanje iets helemaal anders
6 december is hier wel een feestdag, maar niet vanwege Sinterklaas. Spanje viert dan Día de la Constitución, de Dag van de Grondwet. Terwijl bij ons kinderen wakker worden en richting hun schoen stormen, moeten Spaanse kinderen dus nog even geduld hebben. Hun grote moment komt begin januari. Op 5 januari trekken de Drie Koningen tijdens de Cabalgata de Reyes door Spaanse steden en dorpen. En op 6 januari volgen de cadeautjes. Andere traditie, dezelfde gezonde spanning.
Eigenlijk heeft de Sint het slim bekeken
Hoe langer ik erover nadenk, hoe logischer het wordt. Stel dat je ieder jaar duizenden pakjes moet rondbrengen in België en Nederland. Waar zou je dan zelf willen wonen? Ergens waar het in december koud en donker is? Of in Calpe, vlak bij de Middellandse Zee, met de Peñón als herkenningspunt en een terrasje binnen handbereik? Precies. Hij vertrekt begin december met zijn paard naar het noorden, doet daar zijn ronde en keert daarna terug naar Calpe. Voor de Spaanse kinderen zijn Melchor, Gaspar en Baltasar verantwoordelijk. Een mens moet kunnen delegeren. Zelfs Sinterklaas.
En die visgeur?
Die herinnering vind ik eigenlijk nog altijd de mooiste. Ik zie mezelf weer staan als klein jongetje. Behoorlijk zenuwachtig waarschijnlijk, maar vastbesloten om voor eens en voor altijd te weten of ik met de échte Sinterklaas te maken had. Voorzichtig dichterbij. Neus richting mantel. Snuffelen. Vis. Ik wist genoeg. Jaren later weet ik natuurlijk hoe het verhaal van Sinterklaas in elkaar zit. Maar die ene uitleg van mijn vader vind ik nog altijd veel leuker. Want misschien had hij gewoon gelijk. Misschien kwam de échte Sint inderdaad van ergens aan de Spaanse kust. En als hij dan toch mag kiezen… waarom zou hij in hemelsnaam níét in Calpe wonen? Voor mij is de zaak alvast rond. De Sint woont in Calpe.